Economische ontwikkeling

Algemeen
Vanaf de tweede helft van 2003 en in 2004 heeft het eerste kabinet Erdogan een veelvoud aan wetten aangenomen die leidden tot structurele hervormingen. Een voorbeeld is de wet voor buitenlandse investeringen, die het investeringsklimaat voor buitenlanders sterk verbeterde. Daarnaast was er veel aandacht voor verdere herstructurering van de bancaire sector.
Door de hervormingen is de Turkse economie stabieler geworden. De economie wordt aangedreven door de particuliere vraag en de sterke stijging van de export. Met de particuliere vraag is ongeveer tweederde van het bbp gemoeid. Van het bruto binnenlands product wordt 13,5 procent gerealiseerd door overheidsconsumptie.
 
Bbp
Na de crisis van 2001 groeide de economische activiteit tussen 2002 en 2007 sterk. De Turkse economie vertoonde een forse groei dankzij de structurele hervormingen en het succesvolle macro-economisch beleid. Turkije werd een van de snelst groeiende economieën van de wereld. Het gemiddelde jaarlijkse reële groeipercentage van het bbp bedroeg tussen 2002 en 2007 7 procent. De abrupte val van de Turkse lira medio 2006 leidde tot een stijging van de inflatie en de verscherping van het monetaire beleid. Als gevolg hiervan nam de groei van het bbp wat af. De groei in de tweede helft van 2006 en het gehele jaar 2007 was ongeveer 5 procent.
 
Inflatie
De Turkse economie werd voorheen vaak gekenmerkt door sterk fluctuerende inflatiecijfers. Sinds 2005 ligt de inflatie rond 10 procent. Het monetaire beleid en loonmatiging hebben hier een belangrijke rol in gespeeld. In 2007 steeg de inflatie tot 12,9 procent. Dit ligt boven de door het IMF gestelde grens van 8 procent. De stijging van elektriciteits-, gas- en andere brandstofprijzen met 29,4 procent was hiervan de belangrijkste oorzaak. De prijsstijging van voedingsmiddelen en niet-alcoholische dranken (+15,3 procent) en de huren (+13,7) waren andere oorzaken van de hoge inflatie.
 
Economische indicatoren

  2006 2007
Bbp (miljard US dollar) 530,9 657,1
Bbp per capita (US dollar) 7.760 8.737
Reële groei bbp (in procenten) 6,1 6,9
FDI (miljard US dollar) 20,2 22,3
Inflatie (gemiddeld in procenten) 9,5< 12,9
Balans van de lopende rekening (miljard US dollar) -32,8 -37,6
Export van goederen (FOB-waarde, miljard US dollar) 91,9 115,3
mport van goederen (FOB-waarde, miljard US dollar) 133,2 162,0
Wisselkoers (gemiddelde over het jaar, Turkse lira: US dollar) 1,4 1,3
Buitenlandse schuld (miljard US dollar) 207,9 247,1

Bron: Economist Intelligence Unit
 
Sectoren
In 2006 lag het aandeel van de primaire sector in het bbp op 9 procent. In voorgaande jaren lag dit percentage iets hoger, tussen 12 en 15 procent. Ter vergelijking: in Oost-Europese landen die in 2004 toetraden tot de Europese Unie ligt het aandeel van de primaire sector in het bbp tussen de 4 en 5 procent. Een kwart van de mannelijke en 60 procent van de vrouwelijke bevolking van Turkije is werkzaam in deze sector.
Het aandeel van de secundaire sector (exclusief bouw) in het bbp ligt op 25 procent. De secundaire sector zorgt voor 20 procent van de werkgelegenheid. Vooral de productie van consumptiegoederen (kleding, motorvoertuigen en consumentenelektronica) zorgde voor een flinke groei. Het aandeel van de bouwsector in het bbp was in 2006 5,3 procent.
Ook de dienstensector maakte de afgelopen jaren een flinke groei door. Zo is het aandeel van de horeca in het bbp ongeveer 20 procent. Diensten op het gebied van communicatie en transport hebben een aandeel van 15 procent in het bbp. Publieke diensten hebben een aandeel van 10 procent in het bbp. De dienstensector zorgt voor 40 procent van de werkgelegenheid.
 
Regio's
Ongeveer eenderde van het bbp wordt gerealiseerd in het noordwesten van Turkije, in de Marmararegio (Istanbul, Izmit en Bursa). Andere belangrijke industriële centra liggen in de driehoek van Izmir in het westen, Adana, Mersin en Iskenderun in het zuiden en Ankara in het oosten. Buiten bovengenoemde industriële gebieden, is er een aantal regio's dat de afgelopen jaren belangrijke investeringen aantrok in de sectoren textiel, voedselverwerkende industrie en de meubelindustrie. Deze regio's liggen rond de steden Denizli, Konya, Kayseri en Gaziantep. Het zuiden en het westen (Antalya en Mugla) genereren het leeuwendeel van de inkomsten uit toerisme en landbouw.
 
Bron: EVD-informatie
 
naar boven
 
 

Economisch beleid

 
Hervormingen
Sinds 1999 heeft Turkije in samenwerking met het IMF een omvangrijk hervormingsprogramma doorgevoerd. Het beleid richt zich op strikte begrotingsdiscipline, het terugdringen van de rol van de overheid in de economie (via privatiseringen), een onafhankelijke Centrale Bank en versterking van (het toezicht op) de financiële sector. De resultaten van dit hervormingsprogramma zijn goed. Door toename van de export nam de groei van het bbp toe. Daarnaast is de inflatie gedaald. In 2001 bedroeg de inflatie nog 68,5 procent. De inflatie in 2006 bedroeg naar schatting 9,5 procent. Ook de netto publieke schuldenratio en het begrotingstekort zijn afgenomen. Aandachtspunt is het tekort op de lopende rekening.

In 2008 liep het akkoord met het IMF af. De overheid heeft nog geen beslissing genomen over het vernieuwen van het akkoord met het IMF. Turkije en het IMF werken nog wel samen in 'postprogramma monitoring'. Dit betekent dat alsnog een nieuw 'stand-by'-akkoord met het IMF gesloten kan worden in geval van financiële nood.
 
Overheidsbegroting
Sinds 2007 laat de overheidsbegroting een overschot zien. Een van de overheidsdoelstellingen is het behalen van een begrotingsoverschot van 3,5 procent van het bbp. De afgelopen maanden is beleid steeds meer gericht op kostenbesparing. De afgelopen jaren heeft de overheid veel geld gestoken in regionale ontwikkeling en in het ondersteunen van de agrarische sector. Om de overheidskosten te beperken, wordt steun aan de agrarische sector verminderd en zijn plannen om de textielsector te ondersteunen opgeschort.
 
Privatisering
De Turkse overheid is bezig met het privatiseren van elektriciteitscentrales. In september 2008 werd bekend dat een groep elektriciteitscentrales ter waarde van 510 miljoen US dollar is verkocht aan de Zorlu Groep. Voor de privatisering van Meram Electricity hebben zes bedrijven een bod gedaan. Meram Electricity is verantwoordelijk voor de elektriciteitsdistributie in Konya en vijf andere centraal gelegen provincies. Ook op Aras Electricity is door twee bedrijven een bod uitgebracht. Aras Electricity distribueert elektriciteit in het noordwesten van Turkije. De privatisering van elektriciteitsbedrijven heeft tot nu toe 6,3 miljard US dollar opgebracht.
 
Monetair beleid
Turkije heeft de afgelopen jaren laten zien dat de Centrale Bank in staat is een goed monetair beleid te voeren en inflatiedoelstellingen te halen. De inflatiedoelstelling voor 2008 was 4 procent, in het licht van de huidige economische situatie is dit doel echter doorgeschoven naar eind 2011. De afgelopen maanden heeft de Centrale Bank de rente niet gewijzigd, maar door vertraging in de binnenlandse vraag en lagere prijzen voor grondstoffen wordt een renteverlaging in de nabije toekomst niet uitgesloten. Als de situatie op de internationale financiële markten verslechtert en dit een vrije val van de Turkse lira veroorzaakt, verwacht de Economist Intelligence Unit een strenger monetair beleid.
 
Fiscaal beleid
Turkije kent een fiscaal tekort. In 2007 is geen strenger fiscaal beleid gevoerd. Ook in 2008 en 2009 wordt geen strenger fiscaal beleid verwacht. De redenen om een wat losser fiscaal beleid te voeren, zijn de ondersteuning van de werkgelegenheid en ondersteuning van investeringen in de infrastructuur. Verwacht wordt dat het fiscaal tekort onder controle blijft, mede door opbrengsten uit de privatisering en ruime begrotingsoverschotten.
 
Lopende rekening
Door de hoge prijzen voor grondstoffen lopen de importkosten op. De Economist Intelligence Unit verwacht dat het tekort op de lopende rekening in 2008 oploopt naar 6,4 procent (van 5,7 procent in 2007). Door de lagere binnenlandse vraag en de dalende olieprijs verwacht men dat het tekort op de lopende rekening in 2009 kleiner wordt. Ondanks de slechte situatie op de internationale financiële markten wordt verwacht dat de buitenlandse investeringen in Turkije hoog genoeg blijven om toekomstige tekorten financieren. 
 
Bron: EVD-informatie
 
naar boven
 
 

Buitenlandse investeringen

 
Wetgeving
In juni 2003 werd een nieuwe wet voor buitenlandse investeringen aangenomen, met als belangrijkste kenmerk de garantie van een nationale behandeling en volledige rechten voor buitenlandse investeerders zoals deze ook voor Turkse investeerders gelden. Door deze gelijke behandeling is per juni 2003 onder andere de toestemming die buitenlandse investeerders vooraf moesten aanvragen bij het General Directorate for Foreign Investment en de verplichte storting van 50.000 US dollar per buitenlandse aandeelhouder komen te vervallen.

Buitenlandse investeringen
Het niveau van buitenlandse investeringen nam in 2003 en 2004 geleidelijk toe tot 2,6 miljard US dollar in 2004. Het jaar 2005 was een topjaar, met een stijging van buitenlandse investeringen tot een niveau van maar liefst 9,6 miljard US dollar. In 2006 werd dit bedrag nog eens ruim verdubbeld tot 20,1 miljard US dollar. In de eerste vijf maanden van 2007 werd een bedrag van 11 miljard US dollar aan buitenlandse investeringen binnengehaald. Verschillende factoren spelen een rol bij de enorme toename aan buitenlandse investeringen de afgelopen jaren. De belangrijkste zijn de relatieve stabiliteit en sterke groei van de economie de laatste jaren, hervormingen in sectoren als energie, telecom en het bankwezen en de toetredingsonderhandelingen met de EU.
Buitenlandse investeringen in Turkije (x miljard US dollar)

2002 1,0
2003 1,6
2004 2,6
2005 9,6
2006 20,1
2007 22,0
 

Bron: Economist Intelligence Unit

Het potentieel voor buitenlandse investeringen is groot. Gunstig is onder meer de unieke geografische ligging. Het land grenst aan de Balkan, het Midden-Oosten en de Kaukasus en kan daarom als springplank fungeren voor handel en investeringen in deze maar ook verder gelegen regio’s en landen. Zo behoort de Russische Federatie tot de belangrijkste handelspartners van Turkije en helpen de bestaande linguïstische en culturele banden met de landen in Centraal-Azië de betrekkingen met deze regio ontwikkelen. Ook heeft Turkije reeds langdurige betrekkingen met en commerciële belangen in de Arabische wereld.
Andere voordelen zijn de douane-unie met de EU, de open economie, de lage salarisstructuur gecombineerd met een redelijk opleidingsniveau en het feit dat Turkije een stabiele democratische en seculiere staat is. Het EU-toetredingsproces en de voortgaande macro-economische stabilisatie en hervormingen onder leiding van het IMF maken het land extra interessant voor de komende jaren. Kansrijke sectoren zijn onder meer de energie- en telecommunicatiesector, waar het proces van privatisering en marktvorming in gang is gezet. Aandachtspunten voor Turkije zijn nog het verbeteren van het belastingklimaat en het juridische systeem.
Herkomst investeringen

In 2007 was 66 procent van de buitenlandse investeringen in Turkije afkomstig uit de EU. Vooral Duitsland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk zijn belangrijke investeerders. De stijging van de buitenlandse investeringen komt voor een groot deel voor rekening van multinationals die participeren in grote Turkse bedrijven. Voorbeelden: Disbank werd overgenomen door Fortis (België), Turkcell door Alfa (Rusland) en Telsim door Vodafone (VK). De meeste buitenlandse investeerders maken gebruik van lokale partners.
 
Sectoren
In 2007 was 66 procent van de buitenlandse investeringen in Turkije afkomstig uit de EU. Vooral Duitsland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk zijn belangrijke investeerders. De stijging van de buitenlandse investeringen komt voor een groot deel voor rekening van multinationals die participeren in grote Turkse bedrijven. Voorbeelden: Disbank werd overgenomen door Fortis (België), Turkcell door Alfa (Rusland) en Telsim door Vodafone (VK). De meeste buitenlandse investeerders maken gebruik van lokale partners.

Meer informatie:
Yased (International Investors Association): www.yased.org.tr
Undersecretariat of Treasury, Invest in Turkey: www.investinturkey.gov.tr
 
Bron: EVD-informatie
 
naar boven
 

Arbeidsmarkt

Werkgelegenheid
De Turkse bevolking telde in 2007 officieel 73 miljoen mensen. In maart 2007 was 28,6 procent van de bevolking jonger dan 15 jaar. De beroepsbevolking telde in 2007 24,6 miljoen mensen. 10,6 procent daarvan was werkloos. Ter vergelijking: het werkloosheidspercentages in 2005 bedroeg 9,2 procent. Het werkelijke werkloosheidscijfer wordt veel hoger geschat (meer dan 20 procent), omdat veel werklozen niet worden geregistreerd.
 
Opleidingsniveau bevolking
Het analfabetisme in Turkije bedroeg volgens het CIA World Factbook in 2004 13,6 procent. De minimumduur van het basisonderwijs is acht jaar. De participatiegraad van deze groep van 6 tot 14-jarigen is in de meeste delen van het land 95 tot 100 procent. Het kan echter voorkomen dat in minder ontwikkelde delen slechts 40 procent van de meisjes basisonderwijs volgt. Na het succesvol afronden van het basisonderwijs volgt drie jaar middelbaar onderwijs.
In 2007 namen 1,1 miljoen personen deel aan een vorm van beroepsonderwijs. Daarnaast waren 1,2 miljoen studenten ingeschreven aan een universiteit. Toelating tot universitair onderwijs vindt plaats door middel van een nationaal examen. Studieplaatsen op de universiteiten zijn beperkt. De Open Universiteit speelt een belangrijke rol bij het opnemen van leerlingen die het nationaal examen voor de 'reguliere' universiteiten niet gehaald hebben.
Alle niveaus van onderwijs worden weliswaar zowel publiek als privaat aangeboden, maar de publieke sector is met een aandeel van 95 procent in de totale onderwijsvoorziening veruit de grootste aanbieder. Met uitzondering van enkele gedeeltelijke collegegelden voor universiteiten, is het openbaar onderwijs gratis toegankelijk, dit in tegenstelling tot privé-onderwijs.
 
Salarissen
Het bruto minimum loon bedraagt 585 Turkse lira (ongeveer 302 euro) per maand. Het minimumloon is aanzienlijk hoger dan in Centraal- en Oost-Europese landen. Het gemiddelde brutoloon in de industriële sector bedroeg begin 2007 1.376 Turkse lira (710 euro) voor een gemiddelde werkweek van 45 uur. Voor werknemers met een CAO liggen deze bedragen hoger. Per industrie kunnen de lonen aanzienlijk variëren. Dit is afhankelijk van de druk die de desbetreffende vakbonden kunnen uitoefenen, de specialisatie van de industrie en de concurrentie die de industrie ondervindt van de informele sector.
 
Vakbonden
In januari 2007 was 13,8 procent van de beroepsbevolking lid van een vakbond. Grote stakingen zijn tegenwoordig zeldzaam. De wet schrijft een aantal stappen voor die vóór een staking doorlopen moeten worden. Bij stakingen om bijvoorbeeld een nieuwe CAO, moet men binnen zes onderhandelingsdagen een nieuwe CAO hebben. Als dit niet lukt, moet er een arbitrageprocedure gestart worden. Zijn de partijen het na 21 dagen van arbitrage nog niet eens geworden, dan mag er gestaakt worden. In 2006 vonden 26 stakingen plaats, waarbij ongeveer 2.016 stakers betrokken waren. In een aantal sectoren, waaronder de publieke sector, zijn stakingen verboden. De arbeidsrechten in Turkije lopen ten opzichte van de EU erg achter.
 
naar boven
 
Bron: EVD